a. Onderzoeksprojecten

Lawaai

Lawaaislechthorendheid wordt veroorzaakt door schade ter hoogte van het binnenoor. Lawaaiblootstelling kan plaatsvinden door professionele activiteiten (in de industrie, bij muzikanten,…), maar recentelijk gaat ook meer aandacht uit naar de schadelijke effecten van recreatieve activiteiten (discotheken, gebruik van mp3-spelers,…). Naast gehoorschade, kan ook oorsuizen (tinnitus) optreden bij overmatige lawaaiblootstelling. Het onderzoek is toegespitst op lawaaislechthorendheid en tinnitus ten gevolge van lawaaiblootstelling. Voor meer informatie: tel. 09/332.04.08 of e-mail hannah.keppler@UGent.be

 

Gehoorbescherming

- Evenwichtsonderzoek bij gehoorgestoorde kinderen

Het is aangetoond dat kinderen met een gehoorstoornis een vertraagde motorische ontwikkeling vertonen in vergelijking met normaalhorende kinderen. Het doel van deze studie is na te gaan of deze achterstand een gevolg is van een gestoorde vestibulaire functie. Hiervoor worden kinderen met uiteenlopende gradaties van gehoorverlies (zowel uni-als bilateraal) onderzocht met een uitgebreide motorische en vestibulaire testbatterij. In deze studie wordt samengewerkt met de kinesitherapie voor het onderzoeken van de motorische functies.
Voor meer informatie: tel. 09/332.40.66 (LeenK.Maes@Ugent.be) of 09/332.69.23 (Alexandra.dekegel@ugent.be)

- Evenwichtsonderzoek bij kinderen met cochleaire implantaten

Evenwichtsproblemen zijn vastgesteld bij gehoorgestoorde kinderen. Het doel van deze studie is dove kinderen te testen met een uitgebreide motorische en vestibulaire testbatterij vóór en na hun tweede cochleaire implantatie. Op die manier kan nagegaan worden of er vestibulaire of motorische problemen kunnen opgespoord worden, en of die kunnen gerelateerd worden aan het gehoorverlies, of aan de implantatie. In deze studie wordt samengewerkt met de kinesitherapie voor het onderzoeken van de motorische functies.
Voor meer informatie: tel. 09/332.40.66 (LeenK.Maes@Ugent.be) of 09/332.69.23 (Alexandra.dekegel@ugent.be)

- Evenwichtsonderzoek bij CMV kinderen

Cytomegalovirus (CMV)-infectie is een veel voorkomende perinatale besmetting, met mogelijks neurosensoriële doofheid en psychomotorische retardatie tot gevolg. Het doel van deze studie is het testen van kinderen die CMV hebben doorgemaakt, met een uitgebreide motorische en vestibulaire testbatterij, om na te gaan of de CMV een invloed heeft op hun vestibulaire functie en motorische activiteiten. In deze studie wordt samengewerkt met de kinesitherapie voor het onderzoeken van de motorische functies.
Voor meer informatie: tel. 09/332.40.66 (LeenK.Maes@Ugent.be) of 09/332.69.23 (Alexandra.dekegel@ugent.be)

 

 

 

Audiologische en genetische karakterisatie van het gehoorverlies bij Osteogenesis Imperfecta

 

Osteogenesis Imperfecta (OI) is een erfelijke bindweefselaandoening die veroorzaakt wordt door mutaties in de genen die coderen voor collageen type I, een belangrijk structuureiwit in ons lichaam. De ziekte wordt gekenmerkt door een aantal typische symptomen, zoals botafwijkingen, tandafwijkingen en blauwe sclera. Daarnaast is ook slechthorendheid een frequent voorkomend fenomeen.
Deze vorm van gehoorverlies is tot op heden nog onvoldoende gekarakteriseerd wat betreft ontstaan, evolutie, aard, ernst, configuratie, aanvangsleeftijd en symmetrie. Bovendien is het niet duidelijk waarom afwijkingen in collageen type I leiden tot slechthorendheid. Gehoortesten bij een grote groep patiŽnten met OI moeten een gedetailleerde beschrijving van dit gehoorverlies opleveren. Daarna zal bij iedere geÔncludeerde OI-patiŽnt de correlatie tussen de kenmerken van het gehoorverlies en de onderliggende erfelijke genmutatie bestudeerd worden en zullen eventuele invloeden van omgeving en andere genetische kenmerken in kaart gebracht worden.

Het doel hiervan is een beter inzicht in de karakteristieken en het pathogenetisch mechanisme van slechthorendheid bij OI.

Voor meer informatie: tel. 09/332.98.06 of e-mail freya.swinnen@UGent.be

 

Cochleaire implantaten

 

- Cochleaire implantaten (CIís) voorzien een aanzienlijk deel van de gebruikers van een goede spraakperceptie in gunstige luisteromstandigheden. Sinds de invoering van multikanaals cochleaire implantaten verwachten veel gebruikers echter meer dan alleen goede spraakperceptie. Telefoneren, converseren in grote groep, vergaderingen bijwonen en muziek beluisteren worden vaak geopperd als te behalen doelen.
Uit onderzoek blijkt echter dat er tussen de CI-gebruikers een grote variatie bestaat in spraakperceptie. Om de geobserveerde verschillen in spraakperceptie te doorgronden, is inzicht in het relatieve belang van de verschillende cues met betrekking tot de parameters van een akoestisch signaal noodzakelijk.
Voor de spatiale representatie van het akoestisch signaal zijn multikanaals cochleaire implantaten tot op zekere hoogte in staat de tonotopische organisatie van de cochlea te bewaren. Bovendien blijkt een betere elektrodediscriminatie te correleren met een betere spraakperceptie. Een manier om de discriminatie op niveau van de verschillende elektrodes te evalueren, is gebruik te maken van het meten van de longitudinale perifere Ďspread of excitationí (SOE) van de elektrisch geŽvoceerde neurale excitatie.

In deze studie wordt nagegaan in welke elektrische signalen spraak wordt omgezet, en hoe CI-gebruikers deze klanken horen. 
Voor meer informatie: tel. 09/332.87.90 of e-mail birgit.philips@ugent.be

- Cochleaire implantatie (CI) is actueel de standaardzorg voor zwaar slechthorende en dove patiënten. Omwille van technologische verbeteringen is er een toenemend aantal CI-gebruikers met restgehoor in het ipsi- en/of contralaterale oor . Een groot aantal van deze patiënten kan hierdoor hun hoortoestel blijven gebruiken in combinatie met het CI. De term bimodaal horen verwijst naar de combinatie van akoestisch (via het hoortoestel) en elektrisch horen (via het CI). Bimodaal horen kan een belangrijke meerwaarde bieden op het vlak van spraakverstaan in rumoer en muziekperceptie. Bovendien kan restgehoor in het contralaterale oor een belangrijke bijdrage leveren voor de lokalisatie van geluid. De mogelijkheid om elektrische en akoestische stimulatie met elkaar te integreren, een fenomeen dat we situeren in het centraal auditief systeem, is echter zeer patiëntgerelateerd.
Tot nog toe is er slechts weinig onderzoek gebeurd naar de centrale verwerking van beide stimuli. De belangrijkste doelstelling van dit project is dan ook inzicht verkrijgen in de corticale en subcorticale verwerking van auditieve stimuli in deze groep van bimodale patiënten. Dit gebeurt aan de hand van elektrofysiologische testen (auditory event-related potentials) alsook binnen het domein van de medische beeldvorming (sLORETA en perfusie SPECT). Voor meer informatie: tel. 09/332 59 04 of lindsey.vanyper@uzgent.be

- Intersubject variabiliteit bij temporele pitch en polyfonie bij CI gebruikers.
Toonhoogte kan gecodeerd worden door het temporele patroon van de responsen van de auditieve zenuw. De juiste codering van toonhoogte is van cruciaal belang voor muziekperceptie, welke nog steeds een uitdaging is voor cochleair implant (CI) gebruikers. Daarnaast is toonhoogte-waarneming ook belangrijk voor het verstaan van tonale talen (Kantonees, Mandarijn) en de perceptie van prosodische informatie in niet-tonale talen (westerse talen).
De waarneming van temporele pitch door CI gebruikers kent meestal een maximale grens op ongeveer 300Hz, maar kent grote interindividuele verschillen, alsook verschillen tussen elektroden onderling.
Goede codering van polyfonische tonen is cruciaal voor muziekwaarneming. In muziek komen meerdere tonen tegelijkertijd, een essentieel kenmerk van harmonie.
Indien een geluidscoderingsstrategie enkel die elektroden zou gebruiken die een betere temporele codering geven en tevens polyfonische stimulatie op 1 of meerdere elektroden gebruiken, dan zou toonhoogte mogelijks beter waargenomen worden door de CI gebruiker, en bijgevolg zorgen voor verbeterde perceptie van spraak en muziek. Meer informatie: richard.penninger@ugent.be

 

b. Publicaties


Internationale publicaties

Prof. Dr. Ingeborg Dhooge

Prof. Dr. Bart Vinck

Prof. Dr. Els De Leenheer

Prof. Dr. JB Watelet

Hannah Keppler

Leen Maes

Birgit Philips

Freya Swinnen

Katrien Vermeire

Helen Van hoecke